Als je een huis wilt bouwen, bedenk dan eerst goed wat je wil dat het wordt. Hoeveel kamers moeten er in komen? Welke materialen heb je nodig? Maak gedetailleerde bouwtekeningen. Zorg voor een stevig fundament.

Als je dat niet doet, eindig je  met een huis zonder waterleidingen in de badkamer. Je ontdekt dat je te weinig cement hebt om het af te bouwen. Of het ziet er op het eerste gezicht prima uit maar zakt binnen een paar weken in elkaar.

Zo is dat ook met je plannen, leerde ik tijdens mijn coachingsopleiding. Zorg dat je eerst helder hebt waar je naartoe wilt. Stippel vervolgens de route uit. Denk na over de obstakels die je onderweg tegen kan komen. Maak een duidelijk plan. En werk die dan stap voor stap af.

Begin with the end in mind.

Ik weet nog goed dat ik dat las. Ik voelde een verschuiving in mijn hoofd. Gedachten die in elkaar klikten. Maar natuurlijk werkt dat zo! Dat ik daar nooit eerder over na had gedacht.

Zo ging ik dus ook aan de slag met de mensen die ik coachte. Vertel eens, waar wil je naar toe? Hoe ziet dat er precies uit? Kan je dat nog iets specifieker maken? Samen kleurden we het plaatje in en koppelden daar SMART-doelen aan.

Ik coachte in die tijd zo’n twintig mensen per week. Na zo’n vier jaar opleidingen volgen, deed ik eindelijk waar ik al die tijd van droomde.

En toch… Iets kriebelde er in me. Ik had een TEDtalk over spelen gezien. Wetenschapper Stuart Brown vertelde over het belang daarvan. Niet alleen voor kinderen maar juist ook voor volwassenen. Sinds ik dat zag broeide en borrelde het in mij. Ik wilde ‘iets’ met spelen. Andere mensen coachen in hoe zij dat meer konden doen.

Vele uren zat ik achter mijn laptop te puzzelen, tussendoor krabbelde ik ideeën in schriftjes. Hoe zag het eruit waar ik naartoe wilde? Gaf ik dan workshops aan groepen, coachte ik mensen in het bedrijfsleven in, schreef ik er een boek over? En wat leerde ik ze dan, hoe zag dat eruit?

Het lukte me alleen niet om te bedenken welk huis ik wilde bouwen. Ik kreeg niet ‘the end in mind’. Dus kon ik niet beginnen. Dacht ik.

Twee jaar lang bouwde ik luchtkastelen niet af. Zo was er die ene waarin ik een kamer tot in de puntjes had ingericht, maar nooit verder kwam dan dat. Een ander kasteeltje zag er van de voorkant prachtig uit: een grote trap, sierlijke bogen boven de grote massieve blauwe deur, een torentje met een raam dat uitkeek over de verre velden. Daar vertelde ik nog weleens over als iemand naar mijn plannen vroeg op een verjaardagsfeestje. Maar als je de deur door zou stappen, ontdekte je dat het alleen maar een facade was en je meteen weer op het gras uitkwam. Verder lagen overal hoopjes stenen, waar ik nooit iets van bouwde.

Ik wist toen nog niet dat er ook andere manieren zijn om met je plannen aan de slag te gaan. Waar je het einde nog niet hoeft te weten maar in het midden kan beginnen. Een manier die veel beter past bij ‘iets’ heel sterk voelen, wat er uit ‘moet’. Voor vage maar hele sterke gevoelens waarvan je nog niet weet hoe ze er precies uit komen te zien. Het is een methode waarbij onverwachte gebeurtenissen en omwegen je idee verrijken, in plaats van verzwakken.

Ik wist toen nog niet dat je een plan ook als een tuin tot stand kan laten komen. Je zaait. Je wordt verrast door wat er opkomt. Dat ga je voeden en verzorgen en hoe meer het groeit, hoe meer je ontdekt wat het wordt.

Wat had ik daar toen graag een boek over gelezen. Dat boek schrijf ik nu voor mij van toen. Als een tuin. Dit is mijn eerste zaadje. Ik ben zo vreselijk benieuwd waar dit naar uit gaat groeien.

Dit boek wil ik laten ontvouwen. Dus ik begin in het midden. Ik ben zo nieuwsgierig hoe het er straks uit ziet?

Add A Comment