Het is er allebei

Na 1,5 uur varen zijn we er bijna. We zijn alvast naar het dek gelopen om het eiland alvast te kunnen zien. Ik voel de stevige wind langs mijn wangen en ruik de zoute zeelucht. Op de wal staat een groepje mensen te zwaaien bij het bord in de haven met daarop ‘Welkom op Vlieland’. Wij zwaaien terug. Ik voel een glimlach in mijn buik.

Het is de eerste keer in twee jaar dat we langer dan een paar nachtjes weggaan. Tien hele dagen! Het voelt eindeloos. Alle tijd van de wereld op mijn favoriete Waddeneiland.

Lezen, dutjes doen, rondstruinen door het bos en de duinen, kilometers ver weg kijken. Uren lang doen over van de ene naar de andere kant van de Dorpsstraat slenteren. Cappuccino bij lievelingstentje Leut, een terras verder een broodje eten en nog eens doorschuiven naar een volgende voor een wijntje.

Ik verheug me hier al maanden op. Er is van alles aan het verschuiven in mijn leven, de lockdowns vond ik steeds lastiger worden en ik bleef maar moe en kwakkelig nadat ik een paar maanden terug corona kreeg. Even bijkomen. Wat ben ik toch blij hier weer te zijn!

 

Plezierperfectionisme

De volgende ochtend word ik al vroeg wakker door de zon op het tentdoek. Ik voel spanning in mijn lijf. Mijn hoofd vult zich met piekergedoe. Ik krijg het de dagen daarna niet van me afgeschud. Hè gatsie, geen zin in hoor! Ik wil genieten. Ik heb potverdorie vakantie. Ik wil dit niet. Ik wil dat gelukkige Vlieland-gevoel dat ik ken van eerdere keren.

Ik schrijf uren in mijn boekje (op de meest prachtige plekken). Maak lange wandelingen in mijn eentje. Praat met Frank. En ineens besef ik dat ik weer eens in een oude valkuil ben gestapt. Die noem ik plezierperfectionisme.

Ik trap daar meestal in als ik ergens al een tijd naar uitkijk. Vaak staat dan een herinnering aan een eerder fijn moment model voor hoe ik denk dat het gaat worden. Daar gaat het natuurlijk al mis: één moment waar ik een hele vakantie op baseer. En als het niet bij dat perfecte plaatje in de buurt komt, dan baal ik.

 

Uitersten

Het is denken in uitersten. Het is of helemaal fijn, of helemaal niks.

Gelukkig weet ik inmiddels ook wat me helpt: accepteren dat het naast elkaar bestaat. De ‘meh’ en de ‘jeeeej’. Ze zijn er allebei. Ik voel me moe en piekerig én ik geniet van de zonsondergangen, de mist tussen de tenten als ik om vijf uur ‘s ochtends moet plassen, de vele kleine bloemetjes en grassen op het eiland waar ik steeds weer nieuwe varianten in ontdek.

Het is er allebei.

Het vervelende hoeft niet weg, om het fijne er te laten zijn. Ze bestaan naast elkaar.

 

Naar het midden

Je kan ze door elkaar heen ‘weven’, zoals Sark dat noemt.

“Occupy the rich fertile middle places, instead of idealising or demonising anything or anyone. I weave.”

Het ene door het andere.

“I practice this by noticing when I’m caught in a ‘polarized spell’ of thinking that something is just good or bad, and then living from that place in the middle.”

Je kan tussen die twee bewegen. Bewust zijn van allebei. 

Steeds weer terug naar het midden.

Oefenen

Zoals vannacht. Ik lig wakker met hoofdpijn. Ik kan er maar niet door slapen. Ik ben er bozig van, gelukkig merk ik dat op een gegeven moment en denk ‘hé, mooi moment om te oefenen.’

Dus op zoek naar wat er fijn is. Het liggen in bed? Nee, ik besefte zelfs nu pas hoe heet ik het eigenlijk had. Buiten hoor ik het geblaf van een hond. Ook dat nog! En dan ineens valt me het zachte getik van de regen buiten op. Het klinkt zo rustgevend.

Ik stel me beide kanten voor, alsof ze in een weegschaal liggen. Ik leg de hoofdpijn, de warmte en het geblaf in de ene weegschaal. Het zachte getik in de andere. Ik ga er in gedachten mee spelen. Wat gebeurt er als ik het een wat meer aandacht geef, en dan weer het ander? En ontdek zo een zachter midden.

Wil je daar ook eens mee experimenteren? Dan neem ik je stap voor stap mee.

Stappenplan: emotieschuiven

    1. Merk het op
      Misschien nog wel de lastigste stap: ontdek wanneer je vast zit in een ‘ik wil dit niet’-uiterste.

       

    2. Vind het andere uiterste
      Ga op zoek naar wat er nu is uit de andere kant. Dat kan iets heel kleins zijn. Iets dat je helemaal nog niet opgevallen was.
      – Een sensatie in je lijf, is er iets dat fijn voelt?
      – Iets om je heen, zie/hoor/ruik/voel je iets moois?
      – Is er iets waar je dankbaar voor bent?

       

    3. Voel ze naast elkaar
      Voel hoe ze naast elkaar bestaan. Probeer niet het rottige door het fijne te vervangen (hoe verleidelijk dat ook is!).

       

    4. Onderzoek het midden
      Experimenteer. Richt je aandacht afwisselend van het een naar het ander. Alsof je steeds op een andere kant leunt. Ontdek wat er in het midden is.

       

    5. Bonusstap: teken het uit.
      Teken een lijn. Schrijf links je ‘meh’ gevoelens en rechts je ‘jeej’. Misschien helpt het je wel om je vinger over de lijn van links naar rechts te schuiven. Alsof je je eigen emotie-schuifknop bedient. 🙂

Kijk, nu heb ik zelf ook een stappenplan voor een volgende keer. Want dit is een lesje waar ik steeds maar weer in blijf leren.

Heel benieuwd… Herken jij dat, het kunnen schieten in uitersten? Laat het hieronder weten of stuur me een DM op Instagram.

En als je gaat experimenteren met het ‘midden’, laat het me vooral ook weten hoe het gaat!